Jeugdbeschermingszaken - SOS-Jeugdzorg

Casuïstiek

      

 

Vrije rechtsvinding is de minst aan codificatie gebonden vorm van rechtsvinding (Mr.G.J. Wiarda, ‘Drie typen rechtsvinding’; Kluwer, ISBN 9789027150592).

Gerard Wiarda plaatste bij het meest vrijblijvende systeem van rechtsvinding, dewelke jeugdzorgrechters gebruiken, een gróót knipperlicht!!!  Bij het passeren tot in dit vrije systeem kleven gevaren van willekeur en rechtsonzekerheid, zeker voor het gezin dat geen voorlichting en dus geen keuze kreeg. 

 

Deze vrijheid voor de rechter wordt bij familiezaken, zeker  met jeugdbescherming, – opmerkelijk – achter geslóten deuren behandeld, zodat er nauwelijks controle plaats kan vinden op het overschrijden van grenzen.1  

Dit op basis van artikel 803 Rv,[1]  waarbij de jeugdbescherming zich beschouwt als belanghebbende qua persoonlijke levenssfeer, en zal een verzoek van ouders om een eigen deskundige ter zitting te mogen hebben niet honoreren, en daar gaan onkundige rechters in mee. We zien in de praktijk dat de jeugdbescherming tégen ouder’s verzoek op basis van lid 2 stemmen. Vreemd, omdat de jeugdbescherming er niet naar ‘persoonlijke levenssfeer’ zit!